Een onverwachte vondst op een onverwachte plek. Bij kringloopwinkel Rataplan in Velserbroek vond ik zomaar een lp van Helen Shepherd en haar broers, beter bekend als The Shepherds. Een naam die in de jaren 60 en 70 bekend klonk in de Nederlandse muziekscène, maar die vandaag de dag grotendeels uit het collectieve geheugen is verdwenen. Op Spotify of YouTube is hun repertoire nauwelijks te vinden, en dat maakt zo’n vondst des te specialer.
Op de hoes van de lp ‘Blijf Mij Nabij’ die ik ontdekte, staan The Shepherds met serieuze gezichten voor een dreigend zwart kruis. De lucht is bewolkt en somber. Een beeld dat doet vermoeden dat het hier om een gospelplaat gaat. Misschien afkomstig uit de Gospel Boetiek aan de Kennemerlaan? Ineens zie ik de sticker van platenzaak Hogenbijl in Haarlem, waar de muziekkeuze breder was dan alleen de boodschap van Jezus. Wat blijft hangen, is de klank van Helens stem: helder, geschoold, met een klassiek aandoend vibrato. Een stem die doet denken aan Mieke Telkamp, de toon van een andere tijd.
Helen Shepherd, geboren als Cornelia Schaap in 1939 in IJmuiden en overleden in 2018, beleefde haar muzikale hoogtijdagen samen met haar broers. Ze trad op in heel Europa en maakte later deel uit van de legendarische Snip en Snap Revue. Daarnaast was ze een vaste verschijning in wekelijkse tv-shows. In 1971 scoorde ze met Voor Jou, een Nederlandse versie van ‘Here’s to You’ van Joan Baez, een top 40-notering en was het zelfs een van de eerste Alarmschijven. De oorspronkelijke versie droeg de pijn en het protest van de Italiaanse anarchisten Nicola en Bart, maar in Helen’s uitvoering bleef daar weinig van over. Geen strijd, geen “Last forever here in our hearts”. Integendeel zelfs; een oproep om alles te vergeten: “Kom ga mee, vergeet wat er was!”
Het was een tijd toen in de top 40 vaak een religieus nummer stond. Gospels als Oh Happy Day en My Special Prayer, maar ook gedragen nummers als “Mijn Gebed”, “Last Seven Days” en “Waarheen, Waarvoor” van Mieke Telkamp hadden ook een Bijbelse klank. Zelfs ”Kom uit de bedstee m’n liefste” van Egbert Douwe speelt zich deels af in de kerk. De lp van The Shepherds ademt een diep religieus gevoel, soms impliciet, vaker expliciet. Titels als “Dank U”, “Luister Heer, “” Oh Heer wat een Morgen” en “Ik Geloof” laten daar geen twijfel over bestaan.
Helen Shepherd is geen naam die je nog vaak hoort, maar af en toe valt hij nog. In verzorgingshuis Velserduin wordt weleens verteld over haar optredens in de laatste fase van haar leven, voor een publiek dat haar nog kende uit haar gloriedagen. Begin deze eeuw zag ik haar zelf nog weleens in de supermarkt: een keurige dame met blond haar en een zelfbewuste uitstraling. Best een ijdele dame, zoals ze daar liep in Albert Heijn. Een artieste die haar succes beleefde in een tijdperk waarin een top 40-notering nog iets betekende, maar die nu vooral leeft in de herinneringen van een steeds kleiner wordende groep mensen.
Soms moet je in een kringloopwinkel graven om een vergeten stem weer even tot leven te wekken. De relipop kom je nauwelijks nog tegen.
Thuis pak ik mijn gitaar, speel “Cocaine” en “Mojo Working”, en zing over de geestverschijning van Robert Johnson om even te flirten met de ‘duivelse’ kant van de pop- en rockmuziek. Een contrast met de devote klanken van The Shepherds, maar misschien zit de kracht van muziek juist in die tegenstellingen.